Geschiedenis

Het Universiteitsfonds Delft werd op 30 juni 1925 opgericht als stichting ‘Delftsch Hogeschoolfonds’ middels een akte van notaris dr. P.B. Libourel te Delft. De oprichtingsakte werd ondertekend door een tiental hoogleraren en een groot aantal captains of industry. Artikel twee van deze akte luidt:

“Het doel van het Delftsch Hoogeschoolfonds is het bevorderen van de belangen van de Technische Hoogeschool en van die der studie aan deze inrichting, zoomede van de technische en daarmede verwante wetenschap door de middelen die daartoe kunnen strekken in den ruimsten zin opgevat”.

In het startjaar 1925 werd het kapitaal (destijds ƒ 9.635,83) als volgt besteed:

  • Bijzondere leerstoelen;
  • Privaatdocentschappen;
  • Lezingen, colloquia en cursussen;
  • Technisch-wetenschappelijke onderzoekingen;
  • Aanschaffing van instrumenten;
  • Andere doeleinden.

Jaren dertig
In de jaren dertig, toen er van overheidswege nauwelijks enige financiële ruimte voor vernieuwing te verwachten was, verleende het Delfts Hogeschoolfonds een belangrijke bijdrage aan onderwijs en onderzoek. Voor het onderwijs lag de verdienste van het fonds met name in de mogelijkheden die het schiep voor onderwijsexperimenten en het invoeren van nieuwe vakken. Voor het onderzoek bleken in eerste instantie de fondsen en later de bijzondere leerstoelen van belang.